Knolselder in remouladesaus met kappertjes en mosterd

Voor 4:

– 1 geschilde knolselder van ongeveer 600g

– het sap van 1 citroen

– 1 eidooier

– 1 flink mespunt zeezout

– 1 theelepel grove mosterd

– 1 dl olijfolie

– 2 volle el yoghurt

– 2 tl fijngeknipte platte peterselie + een paar takjes als garnering

– 2 tl fijngeknipte bieslook

– 2 el kappertjes + een paar als garnering

– een paar blaadjes rode lof of rode sla

– zwarte peper van de molen

 

Snij de knolselder in parten. Maak brede linten met een dunschiller. Leg er een paar op elkaar en snij ze in lucifertjes. Doe de selderlucifers telkens in een kom water met citroen, zodat ze niet verkleuren.

Maak de remouladesaus met de hand (met een garde) of in een kleine keukenmachine. Begin met de eierdooier: roer er het zout, de mosterd en 2 el citroensap doorheen. Voeg met kleine hoeveelheden tegelijk de olijfolie toe, eerst druppel voor druppel en dan in een regelmatig straaltje, en blijf stevig kloppen. Als het mengsel dik is geworden en alle olie erbij geschonken is, roer er dan de yoghurt, de peterselie en de bieslook doorheen. Voeg de afgespoelde, uitgelekte en in grove stukjes gehakte kappertjes toe en wat versgemalen zwarte peper. Proef en voeg zo nodig nog wat citroensap of zout toe.

Blancheer de knolselder 30 seconden in een grote hoeveelheid kokend water, schenk in een zeef en spoel onder koud water af. Laat zorgvuldig uitlekken en droog af met een schone theedoek. Meng de knolselder en de remouladesaus door elkaar. Verdeel het mengsel over de borden, met een paar blaadjes rode lof (of rode sla). Garneer met wat kappertjes en takjes peterselie.

 

(Uit: Vegalicious van Alice Hart)

Advertenties